Cookies en Raadvanstate.nl

Mag Raadvanstate.nl cookies op uw computer plaatsen? De Raad van State maakt gebruik van cookies voor het bijhouden van webstatistieken en incidenteel voor andere doeleinden zoals een gebruikersonderzoek. Meer informatie

Ja, ik accepteer de cookies

Raadvanstate.nl verzamelt anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

Nee, ik accepteer de cookies niet

Raadvanstate.nl verzamelt geen anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

 

Ruimtelijke-ordeningskamer

Door de verwijzingsuitspraak van 17 mei 2017 over het Programma Aanpak Stikstof (PAS) zijn bij de Ruimtelijke-ordeningskamer in 2018 veel zaken aangehouden. Dat geldt voor beroepen tegen natuurvergunningen, maar ook voor beroepen tegen een aantal bestemmingsplannen en tracébesluiten. Nu het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) in het arrest van 7 november 2018 de prejudiciële vragen heeft beantwoord, doet de Afdeling bestuursrechtspraak in 2019 uitspraak in al deze zaken.

In 2018 waren belangwekkende ontwikkelingen in de rechtspraak van de Ruimtelijke-ordeningskamer de relatie tussen de Dienstenrichtlijn en de ruimtelijke ordening en het vraagstuk van de schaarse rechten in het ruimtelijk-ordeningsrecht.

Dienstenrichtlijn

Op 30 januari 2018 heeft het HvJ-EU een arrest gewezen dat belangrijk is voor het ruimtelijk ordeningsrecht. Dit arrest beantwoordt prejudiciële vragen van de Afdeling bestuursrechtspraak in een zaak waarbij beroep was ingesteld tegen een bestemmingsplan van de gemeente Appingedam. In beroep was aangevoerd dat de bestemmingsplanregels die de vestiging van detailhandel op bedrijventerreinen beperken (zogenoemde ‘brancheringsregels’), in strijd zijn met de Dienstenrichtlijn. Het HvJ-EU heeft in het arrest duidelijk gemaakt dat de Dienstenrichtlijn ook van toepassing is op regels van ruimtelijke ordening die van toepassing zijn op dienstverrichters en zuiver interne situaties. Ook valt de beperking van de verkoop van goederen onder de reikwijdte van de richtlijn. Hierdoor gelden de artikelen 14 en 15 van de Dienstenrichtlijn voor regels in ruimtelijke plannen die eisen stellen aan dienstenactiviteiten. Een beperking van de vestiging van diensten is slechts toegestaan als geen onderscheid wordt gemaakt naar nationaliteit of, voor vennootschappen, naar statutaire zetel (discriminatieverbod), als de eisen gerechtvaardigd zijn om dwingende redenen van algemeen belang (noodzakelijkheid) en als deze evenredig zijn. De evenredigheidseis houdt in dat de eis geschikt moet zijn om het nagestreefde doel te bereiken en dat daarvoor geen andere minder beperkende maatregelen zijn vereist. Uit het arrest van het HvJ-EU volgt duidelijk dat het bestuursorgaan dat de beperking stelt, moet aantonen dat voldaan is aan de voorwaarden voor het stellen van de beperking.

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft vervolgens op 20 juni 2018 een tussenuitspraak gedaan. In de uitspraak heeft zij aangegeven dat het onderzoek op grond van artikel 15, derde lid, op basis van een analyse met specifieke gegevens moet plaatsvinden. Voor brancheringsregels betekent dit dat het enkele verwijzen naar ervaringsregels om de doelmatigheid ervan aan te tonen, niet voldoet. Wel kunnen bestaande onderzoeksgegevens gebruikt worden voor zover die toepasbaar zijn op de specifieke situatie waarin de bestreden regeling geldt. In twee andere zaken (ECLI:NL:RVS:2018:4195 en ECLI:NL:RVS:2018:4196) die in afwachting van het antwoord op de prejudiciële vragen waren aangehouden, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak op 19 december 2018 uitspraak gedaan. In beide zaken ontbraken nog gegevens om te kunnen beoordelen of de beperking van de diensten evenredig is en daarmee voldoet aan artikel 15, derde lid, van de Dienstenrichtlijn. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in beide zaken zoveel mogelijk duidelijkheid gegeven over de vereiste analyse op basis van gegevens.

Schaarse rechten

Naar aanleiding van beroepsgronden in de zaak over Windpark Zeewolde heeft de Ruimtelijke-ordeningskamer de vraag onderzocht of bij ruimtelijke besluiten sprake kan zijn van de toedeling van schaarse publieke rechten. Appellanten tegen het rijksinpassingsplan en de omgevingsvergunningen voor het windpark voerden aan dat er geen transparante toedeling was van een schaars publiek recht aan de initiatiefnemer. De beroepsgronden waren aanleiding voor het vragen van een conclusie aan staatsraad advocaat-generaal Widdershoven over dit onderwerp. In zijn conclusie van 6 juni 2018 stelt de staatsraad advocaat-generaal dat algemene planologische besluiten, zoals inpassingsplannen en bestemmingsplannen, het gebruik van gronden weliswaar territoriaal of kwantitatief bindend kunnen beperken, maar zelf geen besluiten zijn die schaarse rechten toedelen. Ook omgevingsvergunningen zullen volgens de conclusie in de regel geen schaarse rechten toedelen, maar daarop kunnen uitzonderingen bestaan. In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 19 december 2018 komt de Afdeling bestuursrechtspraak tot de conclusie dat het rijksinpassingsplan in dit geval geen schaarse rechten creëert en dat bij de omgevingsvergunning geen schaarse rechten zijn toegedeeld.