Cookies en Raadvanstate.nl

Mag Raadvanstate.nl cookies op uw computer plaatsen? De Raad van State maakt gebruik van cookies voor het bijhouden van webstatistieken en incidenteel voor andere doeleinden zoals een gebruikersonderzoek. Meer informatie

Ja, ik accepteer de cookies

Raadvanstate.nl verzamelt anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

Nee, ik accepteer de cookies niet

Raadvanstate.nl verzamelt geen anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

 

Digitale ontwikkelingen

In 2018 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak de eerste uitspraken gedaan over het digitale systeem van de rechtspraak, Mijn Rechtspraak. In de uitspraak van 29 januari 2018 oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak over een hoger beroep dat buiten de termijn was ingediend. De gemachtigde van de vreemdeling stelde zich op het standpunt dat hij geen notificatiemail had ontvangen dat de uitspraak van de rechtbank in het digitale dossier van de rechtbank was geplaatst. Daardoor viel hem de overschrijding van de termijn voor het instellen van hoger beroep niet te verwijten. De rechtbank liet daarop een technisch onderzoek verrichten. De conclusie daarvan was dat een notificatiemail wel degelijk was verzonden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de enkele tegenwerping van de gemachtigde dat hij over onvoldoende technische kennis beschikt, geen reden is om niet van de uitkomsten van het onderzoek uit te gaan.

Ook in de uitspraak van 4 mei 2018 speelde de vraag naar de verschoonbaarheid van een hoger beroep dat buiten de termijn was ingediend. Ook hier werd technisch onderzocht of een notificatiemail was verzonden dat de uitspraak van de rechtbank in het digitale dossier was geplaatst.

In de uitspraak van 21 maart 2018 oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat de gemachtigde van de vreemdeling een tijdige en succesvolle indiening van zijn beroepsgronden niet zelf aannemelijk kon maken vanwege de werking en inrichting van het digitale systeem van de rechtbank. Om die reden had de rechtbank een technisch onderzoek moeten laten verrichten.

In de uitspraak van 5 juni 2018 oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat als de rechtbank na de zitting een technisch onderzoek laat verrichten, zij de resultaten van het onderzoek aan partijen moet mededelen en hen in de gelegenheid moet stellen hierop te reageren, voordat zij uitspraak doet.

In de uitspraak van 21 maart 2018 oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat aan het procederen via een digitaal systeem de eis moet worden gesteld dat het gebruik ervan duidelijk en eenduidig is. Als een verzuim, zoals het alsnog indienen van de gronden, in het digitale dossier via het onderdeel ‘Taken’ moet worden hersteld, dan moet een gemachtigde erop kunnen vertrouwen dat een verzoek om een verzuim te herstellen in alle gevallen in het digitale dossier onder ‘Taken’ wordt getoond. Dit geldt ook voor een opvolgende gemachtigde. Die moet erop kunnen vertrouwen dat in het digitale dossier van de zaak die hij overneemt, een eventueel nog openstaande taak wordt getoond.

In de uitspraak van 20 april 2018 oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat een beroepschrift dat per fax is verzonden en door de vreemdeling is ondertekend, geacht moest worden te zijn ingediend door zijn advocaat. Deze had daarmee niet voldaan aan de verplichting ’tot het procederen langs elektronische weg’. De Afdeling bestuursrechtspraak betrok daarbij dat de gemachtigde de werkzaamheden had verricht voor de vreemdeling bij het indienen van het beroepschrift en bijstand had verleend ter zitting.

De rechtbanken zijn in 2018 in asiel- en bewaringszaken overgegaan op ondertekening van uitspraken met een elektronische handtekening. Die wijze van ondertekening is geregeld in artikel 8:36d van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 5 van het Besluit digitalisering burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht. De wijziging van artikel 8:78 van de Awb vanaf 12 juni 2017 heeft in 2018 verder geleid tot een nieuwe wijze van openbaarmaking van uitspraken door de rechtbanken op de website van de Rechtspraak. Over beide onderwerpen heeft de Afdeling bestuursrechtspraak in 2018 zaken ontvangen. Daarover zal zij in 2019 uitspraak doen.

In het jaarverslag 2017 is aandacht besteed aan de tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 17 mei 2017 over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde in die uitspraak dat als de overheid bij haar besluitvorming big data en algoritmen gebruikt, het in beginsel de verantwoordelijkheid is van diezelfde overheid om in te staan voor de juistheid van de gegevens en een zorgvuldige verwerking daarvan. Om een fair trial te kunnen garanderen, zal de overheid bovendien transparant moeten zijn over de gebruikte data. In haar uitspraak van 18 juli 2018 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak deze jurisprudentielijn verduidelijkt. In navolging van de Hoge Raad heeft zij geoordeeld dat het verwerend bestuursorgaan in beginsel ook de in elektronische vorm vastgelegde en op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder invoerdata, ter inzage moet leggen en aan de bestuursrechter moet overleggen. Bij een aanzienlijke hoeveelheid van gegevens kan het bestuursorgaan er echter mee volstaan in het besluit duidelijk te maken welke keuzen zijn gemaakt ten aanzien van welke invoergegevens. Als belanghebbenden aangeven voor de onderbouwing van hun beroep behoefte te hebben aan (informatie over) deze invoergegevens, dan moet het bestuursorgaan deze ter beschikking stellen of de mogelijkheid bieden deze in te zien.