Cookies en Raadvanstate.nl

Mag Raadvanstate.nl cookies op uw computer plaatsen? De Raad van State maakt gebruik van cookies voor het bijhouden van webstatistieken en incidenteel voor andere doeleinden zoals een gebruikersonderzoek. Meer informatie

Ja, ik accepteer de cookies

Raadvanstate.nl verzamelt anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

Nee, ik accepteer de cookies niet

Raadvanstate.nl verzamelt geen anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

 

Veel gewonnen, maar toch een gevoel van verlies

De kenmerken van de Europese ordening zijn in de huidige tijd bron van vervreemding en weerstand daartegen en van ‘heimwee’ naar de nationale staat van weleer. Dit ondanks het feit dat de Europese samenlevingen afzonderlijk en samen veel gewonnen hebben bij de samenwerking. Dat is opvallend. Nauwelijks een kwarteeuw geleden ging het debat nog over het verdwijnen van de nationale staat. Tussen een krachtig lokaal en regionaal bestuur en een Europees bestuur leek daaraan nog weinig behoefte. Het vertrouwen in de nationale staat is echter terug van weggeweest, zonder aanwijsbare oorzaak.

Behoefte aan bescherming

Sinds de Tweede Wereldoorlog ligt de nadruk in het debat over de staat vaak op macht in negatieve zin en het beperken daarvan door tegenmacht, rechtsbescherming en democratische controle. Oorspronkelijk ging het bij de staat om macht in positieve zin van handelingsvermogen (het ‘kunnen’). De staat ontstond in een tijd waarin grote delen van Europa er weinig anders uitzagen dan Syrië, Afghanistan of Jemen nu. Drijfveer van staatsvorming was de behoefte aan bescherming tegen geweld en wanorde en het groeiende besef dat daartoe ieder zijn aanspraak om autonoom over eigen publiek handelen te beslissen, zou moeten onderwerpen aan een gemeenschappelijke autoriteit. Deze zou ultiem kunnen beslissen over de onderlinge verhoudingen en over ieders publieke inzet. Toen dat geleidelijk vanzelfsprekend was geworden en ook het inzicht in maatschappelijk functioneren en democratische betrokkenheid was gegroeid, bood de staat het kader om zich als gemeenschap te definiëren, organiseren en institutionaliseren en om de eigen ontwikkeling ter hand te nemen.

Gemeenschappelijke materiële waarden

Wat de invulling van die instituties en de strekking van de aanspraak op bescherming zou moeten zijn, is in alle tijden onderwerp van discussie. Montesquieu stelde al lang vóór het ontstaan van de welvaartsstaat dat de ‘staat ieder van zijn burgers bestaanszekerheid, kleding, voedsel en gezonde leefomstandigheden verschuldigd is’ door middel van het waarborgen van volledige werkgelegenheid. Al ver voor het ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’ van de Franse revolutie werd de staat gezien als drager van gemeenschappelijke materiële waarden. Aan de bescherming daarvan ontleende de staat mede zijn gezag.

Economie, welvaart en individuele ontplooiing

Bescherming, betrokkenheid en gemeenschappelijke waarden zijn dimensies in de relatie tussen de staat en de burgers die in de afgelopen kwarteeuw aanvankelijk wat veronachtzaamd werden. Naarmate dreigingen wegvielen, mogelijkheden ontstonden en men minder dan ooit van de staat afhankelijk was, stond het politieke debat vooral in het teken van economie, welvaart en individuele ontplooiing. Europese samenwerking diende bovendien om de welvaart van burgers via de vrije markt te beschermen. Dat die Europese samenwerking daarbij weinig ruimte bood voor de politieke behoefte aan betrokkenheid en andere waarden dan die van de markt werd minder als gemis ervaren in tijden van welvaart, groei, kansen en mogelijkheden. Dat is anders in tijden van tegenslag, terroristische dreiging en wanneer de vrije markt niet als mogelijkheid wordt ervaren, maar als bron van sociale verschillen en als beperking om daarin verbetering te brengen. Wanneer open grenzen als bedreiging worden gezien van veiligheid, identiteit en bestaansmogelijkheden, en als gemeenschappelijk recht wordt beleefd als verlies aan zeggenschap en eigenheid, dan zal men snel weer de voorkeur geven aan de ogenschijnlijke mogelijkheden van staatsmacht boven de vruchten van samenwerking. De associatie van de Europese samenwerking met open grenzen, vrije markt en verlies aan zeggenschap versterkt dan de neiging om zich daartegen te keren, ook al is de vrije markt al lang niet meer een Europese en zijn bescherming en bestaansmogelijkheden daarbinnen steeds meer alleen van die samenwerking afhankelijk.