Cookies en Raadvanstate.nl

Mag Raadvanstate.nl cookies op uw computer plaatsen? De Raad van State maakt gebruik van cookies voor het bijhouden van webstatistieken en incidenteel voor andere doeleinden zoals een gebruikersonderzoek. Meer informatie

Ja, ik accepteer de cookies

Raadvanstate.nl verzamelt anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

Nee, ik accepteer de cookies niet

Raadvanstate.nl verzamelt geen anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

 

Een nauw verweven ordening

Het ontstaan en de ontwikkeling van de Europese Gemeenschappen tot de huidige Europese Unie zijn genoegzaam bekend. De wederopleving van de Europese samenlevingen na 1945 is niet ten onrechte een wonder genoemd. Nog geen vijf jaar na de Tweede Wereldoorlog zat men politiek vast en werd een nieuwe oorlog vrijwel onvermijdelijk geacht. Uit die nood werd de Europese samenwerking geboren. Dat economische samenwerking uiteindelijk de belangrijkste motor werd van wat bedoeld was als maatschappelijke integratie, was een ‘second best’-oplossing. Voorstellen voor verdergaande politieke samenwerking waren gestrand; als beperking van de politieke samenwerking was de economische samenwerking echter nooit bedoeld.

Eigensoortige Europese ordening

Inmiddels is een geheel eigensoortige Europese ordening ontstaan. Hierin zijn nationale en Europese instituties, recht en regels nauw verweven en nog maar moeilijk te onderscheiden. Die ordening is niet beperkt tot de Europese Unie. Ze omvat evenzeer de Raad van Europa, met onder meer het Europese Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden als verankering van de rechtsstaat, en andere organisaties. Zij is bovendien zelf weer onderdeel van meer omvattende functionele multilaterale organisaties, zoals de Wereldhandelsorganisatie, het Internationaal Monetair Fonds, de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, en van een steeds fijnmaziger netwerk aan bilaterale en multilaterale handels-, belasting- of andersoortige samenwerkingsverdragen. Nationale samenlevingen zijn voor hun functioneren afhankelijk van die Europese ordening en zijn daarnaar gaan staan; door vrij verkeer, immigratie en nieuwe pluriformiteit en door nieuwe tegenstellingen en evenwichten. In de huidige tijd gebeurt dat zelfs versneld onder invloed van de opkomst van een digitale ruimte. Hierin hebben grenzen en fysieke afstand geen betekenis en worden overheid en samenleving voor al hun functioneren steeds meer afhankelijk van digitale processen en communicatie.

Gulliver in het land van Lilliput

Binnen die ordening zijn de Europese landen door een dicht netwerk van belangen, afspraken, regels en verplichtingen aan elkaar gebonden, maar niet minder door maatschappelijke verbanden, investeringen en relaties die op die samenwerking zijn gebouwd. De samenleving is daarvan afhankelijk geworden; zie hoe de vrede aan weerszijden van de Noord-Ierse grens daarop berust. Nederland ondersteunde Griekenland in de banken- en eurocrisis, mede om een pensioencrisis in eigen land te voorkomen. Het is als Gulliver in het land van Lilliput. Hij werd gebonden, niet met één keten, maar met eindeloos veel kleine touwen. Die kon hij ieder afzonderlijk verbreken, maar niet in hun gezamenlijkheid.

Leidende thema’s

In wisselwerking met die ontwikkeling is ook de interne orde in de lidstaten geëvolueerd. Waar vroeger de nadruk lag op eenheid, rechtsgelijkheid en gemeenschappelijke waarden, zijn lokale en regionale diversiteit, belangenpluriformiteit en ‘beleid op maat’ leidende thema’s geworden. In dat proces zijn landen uiteengegaan (Tsjechië, Slowakije). In andere landen is sprake van een devolutie van overheidsmacht (België, het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Italië) en in vrijwel alle lidstaten zijn bevoegdheden gedecentraliseerd, ook in Nederland. Tegelijkertijd is er een proces van spreiding van overheidsmacht en bevoegdheid in de vorm van onafhankelijke ‘autoriteiten’, zoals De Nederlandsche Bank, Autoriteit Consument en Markt, Autoriteit Financiële Markten, Autoriteit Persoonsgegevens, diensten en inspecties. ‘Autoriteiten’ die vervolgens op het niveau van de Unie zelf weer netwerken vormen voor overleg, afstemming en eventueel besluitvorming.