Cookies en Raadvanstate.nl

Mag Raadvanstate.nl cookies op uw computer plaatsen? De Raad van State maakt gebruik van cookies voor het bijhouden van webstatistieken en incidenteel voor andere doeleinden zoals een gebruikersonderzoek. Meer informatie

Ja, ik accepteer de cookies

Raadvanstate.nl verzamelt anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

Nee, ik accepteer de cookies niet

Raadvanstate.nl verzamelt geen anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

 

Democratisch tekort?

Democratische betrokkenheid en verantwoording zijn een derde element dat doorgaans wordt genoemd in de vergelijking van de nationale staat en Europese ordening. Dat op dit moment in vrijwel alle lidstaten – en daarbuiten – onvrede bestaat over het functioneren van de democratie, geeft aan dat dit een bredere discussie is die niet specifiek is voor Europese besluitvorming. Dat neemt niet weg dat dit vraagstuk in het kader van de Europese samenwerking bijzondere aandacht nodig heeft, mede omdat het vaak als bezwaar tegen verdieping daarvan wordt aangevoerd.

Democratische legitimatie

De strekking van het debat over Europese besluitvorming is dat deze tekortschiet in democratische legitimatie. Daarbij wordt de wijze van parlementaire betrokkenheid in de lidstaten in de regel als norm gezien. Daarmee is het echter een redenering die zichzelf in stand houdt. Mede op Nederlands aandringen zijn de bevoegdheden van het Europees Parlement geleidelijk uitgebreid en versterkt met directe verkiezingen, maar dat heeft de discussie over het democratische tekort niet doen verstommen. Immers, om aan die norm te voldoen, zou de Europese Unie op het punt van wetgeving en uitvoering op vergelijkbare wijze georganiseerd moeten zijn als een parlementaire democratie. Daartegen bestaat grote weerstand, want dat zou op federalisme neerkomen. Daarom is Europese besluitvorming zodanig heterogeen georganiseerd dat er niet één aanspreekbaar orgaan is waaromheen de betrokkenheid en verantwoording op vergelijkbare wijze georganiseerd zouden kunnen worden.

Vier organen

Er zijn bij de Europese samenwerking in de regel ten minste vier organen betrokken die zich drager voelen van democratische legitimatie: het Europees Parlement, de nationale parlementen, de Europese Raad en de Raad van Ministers. Vanuit die optiek heeft de Europese Unie niet te weinig, maar te veel democratische betrokkenheid, met een moeizaam en ondoorzichtig proces van besluitvorming als gevolg, zelfs als de nood hoog is. Democratische legitimatie is niet alleen gelegen in de betrokkenheid van vertegenwoordigende organen, maar ook in de slagvaardigheid, ter zake kundigheid en effectiviteit waarmee maatschappelijke vraagstukken in het directe belang van burgers worden aangepakt. Dat voedt de neiging om bevoegdheden bij specifieke, deskundige organen neer te leggen, zoals de Europese Centrale Bank. Maar daarmee wordt het gemis aan democratisch aanspreekbare autoriteiten die zich publiek verantwoorden, versterkt.

Schijntegenstelling

Het gegeven dat kiezers zich weinig identificeren met het Europees Parlement, is een wezenlijk vraagstuk. Wel moet worden vastgesteld dat bezwaren over het democratische tekort het sterkst hoorbaar zijn op beleidsterreinen waar de besluitvorming een overwegend intergouvernementeel karakter heeft (monetair beleid, begrotingsbeleid). De zware stem van de lidstaten in de besluitvorming hangt echter samen met de opzet van de Europese ordening. Het gaat bij de uitvoering van de besluitvorming om hun middelen, hun rechtsorde en inzet van hun schaarse capaciteit. Het onderstreept echter dat ook met betrekking tot het aspect van democratische betrokkenheid en verantwoording sprake is van een schijntegenstelling tussen nationale autonomie en Europese ordening.