Cookies en Raadvanstate.nl

Mag Raadvanstate.nl cookies op uw computer plaatsen? De Raad van State maakt gebruik van cookies voor het bijhouden van webstatistieken en incidenteel voor andere doeleinden zoals een gebruikersonderzoek. Meer informatie

Ja, ik accepteer de cookies

Raadvanstate.nl verzamelt anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

Nee, ik accepteer de cookies niet

Raadvanstate.nl verzamelt geen anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

 

Ruimtelijke-ordeningskamer

Energietransitie

In de Ruimtelijke-ordeningskamer is merkbaar dat de provincies uitvoering geven aan de opdracht om bij te dragen aan de opwekking van duurzame energie. Al in 2016 is uitspraak gedaan over enkele grote windparken, onder andere Windpark Krammer en Windpark Wieringermeer. De meeste zaken hadden echter betrekking op vergunningen en bestemmingsplannen voor kleine aantallen windmolens. Vanaf de tweede helft van 2017 is er een toename van beroepen tegen grote windmolenparken en een enkel zonnecollectorenpark. Kenmerkend zijn de grote aantallen appellanten, waaronder zowel milieu- en bewonersorganisaties als particulieren. Soms stellen ook eigenaren van bestaande windmolens die moeten wijken voor nieuwe parken beroep in. De beroepsgronden gaan vaak over de vrees voor geluidhinder en slagschaduw, de gevolgen voor de gezondheid en veiligheid en de gevolgen voor het landschap en de natuur. Maar beroepsgronden gaan ook over vraagstukken die samenhangen met eigendom en concurrentie. In september 2017 vonden enkele meerdaagse zittingen plaats over Windpark De Veenwieken, Windpark De Drentse Monden en Oostermoer en Windpark Spui. Ook is de eerste uitspraak gedaan over kavelbesluiten voor windmolens op zee en over de aanleg van hoogspanningsverbindingen in verband met de realisatie van het Windpark Wieringermeer. Naar verwachting zet de trend in 2018 door en volgen veel uitspraken over besluiten voor windmolenparken en zonnecollectorenparken.

Stikstofproblematiek en natuurbescherming

Van grote invloed op de inhoud van het werk in de Ruimtelijke-ordeningskamer is ook de stikstofproblematiek door intensieve veehouderij, autoverkeer en industrie. Met toepassing van het PAS worden door de overheid ontwikkelingen toegestaan waardoor de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden toeneemt, terwijl tegelijkertijd maatregelen (aan de bron en in de gebieden) worden uitgevoerd. Het PAS is aan de orde geweest in twee verwijzingsuitspraken van 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1259 en ECLI:NL:RVS:2017:1260. In die uitspraken heeft de Afdeling bestuursrechtspraak prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Centrale vraag is of het beoordelingskader in het PAS voldoet aan de eisen van de Habitatrichtlijn. In de verwijzingsuitspraken oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat voor de eerste periode van het PAS (tot 1 juli 2018) geen reden bestaat een voorlopige voorziening te treffen in afwachting van de einduitspraken op de beroepen. Het PAS wordt dus nog toegepast. Beroepen tegen besluiten waarin is aangevoerd dat het besluit niet op het beoordelingskader van het PAS had mogen worden gebaseerd, worden echter aangehouden. Op moment van publicatie van dit jaarverslag zijn in totaal ongeveer 140 zaken aangehouden. Het gaat dan vooral om natuurbeschermingsvergunningen, bestemmingsplannen en tracébesluiten.
Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Hierdoor staat tegen natuurbeschermingsvergunningen beroep in twee instanties open. Ook rechtbanken houden beroepen aan. Om de onzekerheid die hierdoor ontstaat zo kort mogelijk te laten duren, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak aan het Hof van Justitie van de Europese Unie verzocht de vragen met voorrang te behandelen. Het Hof heeft dat verzoek toegewezen.

Beheerplannen voor Natura 2000-gebieden

Voor aangewezen Natura 2000-gebieden moeten beheerplannen worden vastgesteld. Eind 2017 zijn voor 44 van de 160 gebieden definitieve beheerplannen vastgesteld. Tot halverwege 2017 was het aantal uitspraken in beroepen tegen beheerplannen beperkt. Eind 2017 zijn daar in korte tijd drie uitspraken bijgekomen, ECLI:NL:RVS:2017:2894; ECLI:NL:RVS:2017:3198 en ECLI:NL:RVS:2017:3409. In 2018 zullen er naar verwachting snel meer volgen. Opvallend is dat de beheerplannen zeer uiteenlopend van structuur zijn. Dat geldt in het bijzonder voor de wijze waarop bestaand gebruik van de natuurgebieden en beheermaatregelen in de plannen zijn beschreven. Omdat die beschrijving bepalend kan zijn voor de bevoegdheid van de Afdeling bestuursrechtspraak om uitspraak te doen, wordt aan rechtszekerheid op dat punt groot belang gehecht. De verwachting is dat in 2018 meer duidelijkheid hierover geboden zal moeten worden.

Plannen met toepassing van hoofdstuk 2 Crisis- en herstelwet

Een derde tendens binnen de Ruimtelijke-ordeningskamer is de opkomst van zaken over experimenten. In de Crisis- en herstelwet is geregeld dat – om de milieugebruiksruimte te optimaliseren – voor ontwikkelingsgebieden kan worden afgeweken van verschillende sectorale wetten, zoals de Wet geluidhinder, de Wet geurhinder en veehouderij, de Wet natuurbescherming en de Wet milieubeheer. Daarmee kan bij wijze van experiment en onder voorwaarden worden afgeweken van geldende normen voor onder meer geluid, geur en luchtkwaliteit. In haar uitspraak van 28 juni 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak geoordeeld over een bestemmingsplan waarin gebruik is gemaakt van deze experimenteermogelijkheid.

Inmiddels heeft de Afdeling bestuursrechtspraak over verschillende experimentele bestemmingsplannen en plannen met een verbrede reikwijdte uitspraak gedaan, zoals op 17 mei 2017 en op 31 mei 2017. De verwachting bestaat dat de Afdeling bestuursrechtspraak in 2018 vaker duidelijkheid zal moeten bieden over de toelaatbaarheid van dit soort plannen. Hierbij staat vaak de spanning tussen de door overheden en ontwikkelaars gewenste flexibiliteit enerzijds en de door burgers verlangde rechtszekerheid anderzijds centraal.