Cookies en Raadvanstate.nl

Mag Raadvanstate.nl cookies op uw computer plaatsen? De Raad van State maakt gebruik van cookies voor het bijhouden van webstatistieken en incidenteel voor andere doeleinden zoals een gebruikersonderzoek. Meer informatie

Ja, ik accepteer de cookies

Raadvanstate.nl verzamelt anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

Nee, ik accepteer de cookies niet

Raadvanstate.nl verzamelt geen anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

 
Advisering
Stelselherzieningen
Uitvoerbaarheid en perspectief van de burger
Technologie, persoonsgegevens en digitalisering
Ieder verbindende verdragsbepalingen
Europese samenwerking
Onafhankelijk begrotingstoezicht

Uitvoerbaarheid en perspectief van de burger

Een wet die niet of niet goed uitvoerbaar is, is geen goede wet. Uitvoerbaarheid is een belangrijk aspect waarop de Afdeling advisering een wet beoordeelt. Zij betrekt daarbij de uitkomsten van de uitvoeringstoetsen van uitvoeringsorganisaties. Zo had het UWV over het Besluit aanwijzing categorieën arbeidsbeperkten en werknemers voor berekening quotumtekort geconcludeerd dat het besluit slechts uitvoerbaar zou zijn wanneer bepaalde risico’s (onder andere met betrekking tot fraude en fouten) zouden worden geaccepteerd. De Afdeling advisering merkte daarom op dat op dat moment niet van het UWV kon worden gevraagd de administratieve uitvoering van de inleenconstructie ter hand te nemen. Mede met het oog op de hoge kosten zouden alternatieven voor de voorgestelde uitvoering van de inleenconstructie moeten worden overwogen.

Burgerperspectief

Bij het voorbereiden van wet- en regelgeving speelt niet alleen het perspectief van de uitvoeringsorganisaties een rol. Ook het burgerperspectief is belangrijk. De regeling moet ‘doenlijk’ zijn voor burgers. Burgers moeten de wet niet alleen kennen, maar ook ‘kunnen’. Kernvraag is: gaat de wetgeving uit van realistische aannames over de mentale belastbaarheid van burgers? De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) heeft in 2017 geconcludeerd dat lang niet alle burgers in alle omstandigheden beschikken over een hoge mate van redzaamheid. Ook burgers met een goede opleiding en een goede maatschappelijke positie kunnen in situaties verzeild raken waarin hun redzaamheid ontoereikend is, aldus de WRR. Het uitgangspunt van de redzaamheid ligt echter aan veel overheidsregelingen ten grondslag. Dit inzicht is een belangrijke aanvulling op de voorwaarde dat een wet voor burgers ‘feitelijk uitvoerbaar’ moet zijn.

‘Doenvermogentoets’

Het kabinet onderschrijft het belang van het burgerperspectief bij de voorbereiding van wet- en regelgeving. In lijn met het advies over het Ontwerpbesluit houdende een wijziging van de Aanwijzingen voor de regelgeving en in reactie op het WRR-rapport heeft het kabinet meer aandacht beloofd voor het perspectief van burgers. Zo zal een zogenoemde ‘doenvermogentoets’ worden opgenomen in het Integraal Afwegingskader, in de Aanwijzingen voor de regelgeving en in de schrijfwijzer voor de memorie van toelichting. De Afdeling advisering zal de komende tijd bij de toetsing van regelgeving bijzondere aandacht schenken aan de toepassing van deze ‘doenvermogentoets’.

Contact met de burger

In het advies over de ontwerpmiljoenennota 2018 wijst de Afdeling advisering erop dat een omslag naar een digitale overheid opnieuw doordenking vergt van de wijze waarop de burger wordt benaderd en van wat wel en niet van de burger mag worden verwacht in het verkeer met de overheid. Dit gaat verder dan digitale dienstverlening via websites en digitale formulieren. Het gaat om het proactief organiseren rond de behoeften van burgers en bedrijven, het differentiëren naar omstandigheden, hand in hand met fysieke vormen van (burger)contact. Een nieuwe doordenking van het contact met de burger is volgens de Afdeling advisering temeer noodzakelijk, omdat complexe regelingen er in de praktijk gemakkelijk toe leiden dat degene voor wie de regelingen zijn bedoeld – de burger – zijn weg er niet meer in kan vinden.

‘Hillen-regeling’

De complexiteit van het stelsel die voor burgers nadelig uitpakt, is concreet aan de orde geweest in het advies over het wetsvoorstel dat de zogeheten ‘Hillen-regeling’ geleidelijk afbouwt. Daarin merkt de Afdeling advisering op dat het voor het maatschappelijk draagvlak van groot belang is dat de eigenwoningregels in de inkomstenbelasting voorspelbaar en zo eenvoudig mogelijk zijn. De bestaande eigenwoningregeling, waaronder de hypotheekrenteaftrek, is echter door stapeling van maatregelen enorm gecompliceerd geworden. In veelvoorkomende situaties (bijvoorbeeld verhuizing, verblijf in het buitenland of verbreking van relatie) moet een deskundige worden ingeschakeld. Dit roept de vraag op of het niet noodzakelijk is om de eigenwoningregeling aanzienlijk te vereenvoudigen. Verder wijst de Afdeling advisering erop dat als in de inrichting en het functioneren van de (uitvoerende) overheid en in het verkeer met de burger een ingrijpende omslag wordt beoogd, deze dan passende middelen en goed toegeruste mensen vergt en ook bestuurlijke en politieke ingetogenheid voor nieuw beleid. Vooralsnog leek het daaraan te ontbreken.

Betrokkenheid

Uitvoerbaarheid kan tot slot betrokkenheid inhouden van doelgroepen. In het advies over de Wet waardeoverdracht klein pensioen concludeerde de Afdeling advisering dat bij de uitwerking van het voorstel de positie van de deelnemer onvoldoende was betrokken. Ze adviseerde de regering het voorstel zo aan te passen dat de deelnemer beter betrokken wordt bij de beslissing over de overdracht van het pensioen.