Cookies en Raadvanstate.nl

Mag Raadvanstate.nl cookies op uw computer plaatsen? De Raad van State maakt gebruik van cookies voor het bijhouden van webstatistieken en incidenteel voor andere doeleinden zoals een gebruikersonderzoek. Meer informatie

Ja, ik accepteer de cookies

Raadvanstate.nl verzamelt anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

Nee, ik accepteer de cookies niet

Raadvanstate.nl verzamelt geen anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

 
Advisering
Stelselherzieningen
Uitvoerbaarheid en perspectief van de burger
Technologie, persoonsgegevens en digitalisering
Ieder verbindende verdragsbepalingen
Europese samenwerking
Onafhankelijk begrotingstoezicht

Europese samenwerking

De Afdeling advisering heeft in 2017 op verschillende momenten aandacht gevraagd voor de wijze waarop in de context van de Europese samenwerking invulling wordt gegeven aan aspecten van democratische legitimiteit.

AVG

In haar advies over de Uitvoeringswet AVG constateert zij dat bescherming van persoonsgegevens steeds meer een Europeesrechtelijke aangelegenheid is geworden. Dat heeft geleid tot een belangrijke verschuiving; het grondrecht op bescherming van persoonsgegevens wordt door de AVG hoofdzakelijk geregeld en bepaald op EU-niveau. Naar verwachting zal de verdere Europese integratie op dit terrein doorgaan. Dit geldt in het bijzonder door de rol van het Europees Comité voor gegevensverwerking, waarin de nationale toezichthouders samenwerken. Dit comité is op grond van de AVG bevoegd zogenoemde pseudoregels vast te stellen in de vorm van richtsnoeren, aanbevelingen en ‘beste praktijken’. De toezichthouders op nationaal en Europees niveau hebben daarmee verstrekkende taken en bevoegdheden, die zij in onafhankelijkheid uitoefenen. De Afdeling advisering adviseert daarom duidelijkheid te bieden over de openbaarheid van hun werkwijze, over de wijze waarop de toezichthouders belanghebbenden betrekken bij hun besluiten en hun handelingen en over de wijze waarop zij verantwoording afleggen over de uitoefening van hun taken en bevoegdheden.

Democratische verantwoording

In de voorlichting over de toekomst van de euro wijst de Afdeling advisering erop dat versterking van democratische verantwoording nodig is voor het behoud van draagvlak. Tijdens de eurocrisis zijn op verschillende momenten maatregelen genomen om acute problemen aan te pakken. De gekozen oplossingen zijn daarbij soms buiten het reguliere Europese rechtskader bereikt, bijvoorbeeld in het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de EMU en in het verdrag inzake de oprichting van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM). Hoewel in de context van de crisis begrijpelijk, heeft dit geleid tot een grote juridische en institutionele complexiteit. Die zou ten koste kunnen gaan van de democratische legitimatie. Ook de democratische verantwoording van beslissingen van de Eurogroep is beperkt. De Eurogroep bestaat uit de ministers van Financiën van de eurozonelidstaten en speelt in de praktijk een belangrijke rol in de voorbereiding van besluitvorming. De Eurogroep is geen formele configuratie van de Raad van Ministers en valt dus niet onder de regels voor openbaarheid en transparantie. Dit roept vragen op over de wijze waarop deze invulling kan en moet worden verbeterd, ook gelet op het nationale politieke en maatschappelijke draagvlak voor de Europese besluitvorming.

Institutionele opties

In antwoord op deze vragen richt de Afdeling advisering zich in de voorlichting over de toekomst van de euro op een aantal institutionele opties. Zij constateert dat de vraag naar democratische betrokkenheid en verantwoording zich in de discussie hoofdzakelijk richt op de rol van parlementen op de verschillende niveaus. Hier hangt nauw mee samen de vraag of, en zo ja op welke wijze, ook de posities moeten worden aangepast van andere instituties, zoals de regeringen van de lidstaten, de Commissie, de Raad en de ECB. Als alternatief voor een grotere rol voor het Europees Parlement kan worden gedacht aan de instelling van een op de eurozone gerichte commissie binnen het Europees Parlement of de oprichting van een eurozoneparlement. Op langere termijn is herinvoering van het dubbelmandaat denkbaar, waarbij enkele nationale parlementsleden ook Europees volksvertegenwoordiger zijn en zo de verbinding kunnen leggen. Het Nederlandse parlement kan daarnaast ook zelfstandig sterker anticiperen op het Europese besluitvormingsproces.