Cookies en Raadvanstate.nl

Mag Raadvanstate.nl cookies op uw computer plaatsen? De Raad van State maakt gebruik van cookies voor het bijhouden van webstatistieken en incidenteel voor andere doeleinden zoals een gebruikersonderzoek. Meer informatie

Ja, ik accepteer de cookies

Raadvanstate.nl verzamelt anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

Nee, ik accepteer de cookies niet

Raadvanstate.nl verzamelt geen anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

 
Advisering
Wendbaarheid, weerbaarheid en kenbaarheid van regels
Toezichtwetgeving
Interbestuurlijke verhoudingen en decentralisatie
Bescherming persoonsgegevens
Onafhankelijk begrotingstoezicht

Interbestuurlijke verhoudingen en decentralisatie

In 2016 heeft de Afdeling advisering haar vierde beschouwing over interbestuurlijke verhoudingen uitgebracht, onder de titel ‘En nu verder!‘. Sinds de totstandkoming van de zogenoemde Code Interbestuurlijke Verhoudingen in 2004 wordt de Afdeling advisering periodiek door de regering, het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen gevraagd een beschouwing op te stellen over de interbestuurlijke verhoudingen in Nederland. De vierde periodieke beschouwing richt zich op de substantiële decentralisatie van bevoegdheden in het sociale en fysieke domein.

In deze beschouwing merkt de Afdeling advisering op dat de afgelopen periode tussen Rijk, provincies en gemeenten een ingrijpende herschikking heeft plaatsgevonden van verantwoordelijkheden en bevoegdheden. In het sociale domein heeft de decentralisatie haar beslag gekregen met de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet. In het fysieke domein is dit nog gaande, met een Omgevingswet die nog in werking moet treden. De veranderingen zijn zo ingrijpend dat zij tijd nodig hebben om verwezenlijkt te kunnen worden. De doorontwikkeling van de interbestuurlijke verhoudingen is belangrijk om de doelstellingen te behalen die met de decentralisaties zijn beoogd.

De herschikking van bevoegdheden in zowel het sociale als het fysieke domein werkt door in het geheel van de interbestuurlijke verhoudingen. Zo maakt de decentralisatie een herijking van het toezicht noodzakelijk. Tussen het toezicht door horizontale verantwoording, interbestuurlijk toezicht en het toezicht door de rijksinspecties zullen overzicht en samenhang moeten worden gebracht, met inachtneming van de overdracht van bevoegdheden. Dit is noodzakelijk om de effectiviteit van het toezicht te versterken.

De Afdeling advisering vraagt in de beschouwing aandacht voor belangwekkende thema’s als regiovorming, stelselverantwoordelijkheid, democratische legitimatie, rechtsbescherming en herijking van toezicht. Ze komt met een aantal aanbevelingen voor Rijk, provincies en gemeenten.

Door de decentralisaties zijn verantwoordelijkheden en bevoegdheden naar gemeenten overgeheveld. Er blijft wel sprake van medebewind, waarbij decentrale overheden de plicht hebben mee te werken aan de uitvoering van regelingen van de centrale overheid. Ieder van de betrokken overheden draagt medeverantwoordelijkheid voor het stelsel als geheel en kan daarop worden aangesproken. Er is dan sprake van gedeelde stelselverantwoordelijkheid. Het functioneren van het stelsel staat of valt met onderling vertrouwen in elkaars rolvastheid en in het vermogen de gemaakte afspraken tijdig en in onderling overleg na te komen.

Stelselverantwoordelijkheid mag geen alibi zijn voor het Rijk om eenzijdig en in strijd met het uitgangspunt van de decentralisatie in te grijpen in de uitoefening van gedecentraliseerde bevoegdheden. Regering en de Tweede Kamer moeten terughoudend omgaan met ‘ingrijpen’ en met het initiëren van nieuwe regelgeving. De praktijk moet de komende jaren ruimte krijgen om de doelstellingen van de decentralisaties te verwezenlijken.

Bovendien zijn belangrijke randvoorwaarden voor het slagen van decentralisatieoperaties ‘rolvastheid’ van de verschillende bestuurslagen en – in samenhang daarmee – ‘bestendige wetgeving’. In de adviezen van de afgelopen jaren is vaker aan de orde gekomen dat wetsvoorstellen haaks staan op het stelsel waarin die wijzigingen worden ingepast en de werking van het stelsel als geheel kunnen ondergraven. Ook in 2016 heeft de Afdeling advisering in een aantal adviezen gewezen op het belang van de rolvastheid en bestendigheid, zowel met betrekking tot decentralisaties als op andere terreinen.

Bij de decentralisaties speelt de rolvastheid en bestendige wetgeving in het bijzonder, nu hiermee is beoogd de regie en de financiële verantwoordelijkheid op enkele beleidsterreinen over te hevelen naar gemeenten. Die overheveling had in 2016 in het sociale domein nog maar net plaatsgevonden en in de praktijk waren nog maar de eerste ervaringen opgedaan. Mede op aandringen van de Tweede Kamer vormde enkele incidenten desondanks aanleiding voor een zekere koerswijziging en ingrijpen ‘van bovenaf’. Dit ging onder meer om de regels ter waarborging van een goede verhouding tussen de kwaliteit en de prijs bij de inkoop van hulpverlening door gemeenten op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en het verplichten van beschut werk.

In de adviezen over deze voorstellen heeft de Afdeling advisering erop gewezen dat decentralisatie impliceert dat de praktijk een kans moet krijgen en dat niet bij problemen of incidenten onmiddellijk nieuwe wetgeving wordt geëntameerd. Eén van de uitgangspunten van de decentralisaties is dat de beleidskeuzes bij de uitvoering van de gedecentraliseerde taken in belangrijke mate aan gemeenten zelf wordt overgelaten. Dit vergt terughoudendheid, rolvastheid en zelfbeheersing van de wetgever. Aanspreekbaarheid voor het stelsel als geheel kan wél betekenen dat de rijksoverheid in overleg treedt met andere overheden. Als zich problemen voordoen, ligt het voor de hand om eerst te bezien hoe deze binnen de kaders van de wet kunnen worden opgelost en wie voor het nemen van de daarop gerichte maatregelen de verantwoordelijkheid draagt. Pas in laatste instantie kan de vraag aan de orde komen of het wettelijk stelsel wellicht moet worden gewijzigd.