Cookies en Raadvanstate.nl

Mag Raadvanstate.nl cookies op uw computer plaatsen? De Raad van State maakt gebruik van cookies voor het bijhouden van webstatistieken en incidenteel voor andere doeleinden zoals een gebruikersonderzoek. Meer informatie

Ja, ik accepteer de cookies

Raadvanstate.nl verzamelt anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

Nee, ik accepteer de cookies niet

Raadvanstate.nl verzamelt geen anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

 
Advisering
Wendbaarheid, weerbaarheid en kenbaarheid van regels
Toezichtwetgeving
Interbestuurlijke verhoudingen en decentralisatie
Bescherming persoonsgegevens
Onafhankelijk begrotingstoezicht

Bescherming persoonsgegevens

Het is een vaste advieslijn van de Afdeling advisering om te benadrukken dat verwerking van persoonsgegevens in overeenstemming moet zijn met nationale en internationale bepalingen die de persoonlijke levenssfeer beogen te beschermen. Deze bepalingen zijn onder meer artikel 10 van de Grondwet, artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (EVRM) en artikel 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Dit betekent dat de verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk en proportioneel moet zijn. Enkele juridische en maatschappelijke ontwikkelingen, zowel in Nederland als in de rest van de Europese Unie en daarbuiten, zijn van belang voor de wijze waarop ook de Afdeling advisering vragen over de bescherming van de persoonsgegevens beoordeelt.

Herziening gegevensbeschermingsrecht van de Europese Unie

Op 27 april 2016 heeft de Europese wetgever de algemene verordening gegevensbescherming (EU) 2016/679 en de richtlijn gegevensbescherming opsporing en vervolging (EU) 2016/680 vastgesteld. Deze nieuwe EU-regelgeving moet de wetgeving in de lidstaten verder harmoniseren en zal voor mei 2018 moeten hebben geleid tot aanpassing van de Nederlandse wetgeving.

In de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie in Luxemburg is toenemende aandacht voor de bescherming van persoonsgegevens. In navolging van een aantal belangrijke arresten in 2014 (Digital Rights, Google Spain) en 2015 (Schrems) concludeerde het Hof van Justitie op 21 december 2016 in het arrest Tele2/Sverige dat het recht van de Europese Unie zich verzet tegen een algemene en ongedifferentieerde bewaarplicht.

Big Data

Met de groeiende technologische mogelijkheden om grootschalig informatie, waaronder persoonsgegevens (Big Data), te verzamelen en te analyseren komt het belang van bescherming van fundamentele rechten pregnant naar voren. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) heeft in zijn in april 2016 uitgebrachte rapport Big Data in een vrije en veilige samenleving aandacht besteed aan de kansen en risico’s van de bestaande technische mogelijkheden om op grote schaal gegevens te analyseren en te gebruiken. Analyses van Big Data leiden enerzijds tot kennis die tot dusverre vaak niet beschikbaar was en die de basis kan zijn voor innovatief overheidsoptreden in onder meer het veiligheidsdomein. Anderzijds kunnen de grootschalige verzameling, opslag en analyse van gegevens door de overheid leiden tot aantasting van de persoonlijke levenssfeer van burgers. Categorisering en profilering van groepen burgers op basis van deze data zonder rekening te houden met individuele omstandigheden kunnen leiden tot onevenredige gevolgen voor een individu. Deze ontwikkelingen werken geleidelijk steeds verder door in de wetgeving. Het zwaartepunt in de bestaande regelgeving ligt op de regulering van het verzamelen van data. De WRR pleit ervoor dat die bestaande wetgeving wordt aangevuld met de regulering van en het toezicht op de fases van de analyse en het gebruik van Big Data.

Wetgeving en bescherming persoonsgegevens

Bij de beoordeling van noodzaak en proportionaliteit van de verwerking van persoonsgegevens besteedt de Afdeling advisering in de eerste plaats bijzondere aandacht aan de rechtvaardiging van de gegevensverwerking en de lengte van de bewaartermijnen. In het ontwerpbesluit tot verwerking van persoonsgegevens bij selectieve woningtoewijzing ontbrak bij de beoordeling van de huisvestingsvergunning in de visie van de Afdeling advisering voldoende rechtvaardiging voor het verstrekken van een woonverklaring aan het college van burgemeester en wethouders, private partijen en huurders. In die woonverklaring kon informatie worden opgenomen over gedragingen die ontleend zijn aan politiegegevens. Deze zeer privacygevoelige gegevens konden op grond van het voorstel ter beschikking komen van meer partijen dan strikt noodzakelijk. Voorts achtte de Afdeling advisering het bewaren van de gegevens op naam, enkel om te onderzoeken of een afgewezen woningzoekende elders huisvesting heeft kunnen vinden, disproportioneel gelet op de zwaarte van de inbreuk op de privacy van de betrokkene.

Ook in het advies over de wijziging van de Wet wapens en munitie en de Flora- en faunawet in verband met de versterking van het stelsel ter beheersing van het legaal wapenbezit, wijst de Afdeling advisering op het ontbreken van een noodzaak in de toelichting voor de verdere verwerking van persoonsgegevens. Het voorstel tot modernisering van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten voldeed naar het oordeel van de Afdeling advisering niet op alle punten aan de vereisten die uit het EVRM voortvloeien, gelet op de proportionaliteit van in het bijzonder de grootschalige gegevensverzameling (Big Data). In het bijzonder uitte zij ernstige twijfels over de verenigbaarheid met het EVRM van de bewaartermijn van drie jaar van gegevens die bij ongerichte interceptie zijn verzameld en die niet op relevantie zijn onderzocht. De Afdeling adviseerde in het wetsvoorstel een substantieel kortere bewaartermijn op te nemen. Ook in het advies over het wetsvoorstel tot wijziging van de Telecommunicatiewet en het Wetboek van Strafvordering in verband met de bewaring van telecommunicatiegegevens adviseerde zij om de bewaartermijnen te beperken tot termijnen die strikt noodzakelijk zijn.

In de tweede plaats onderstreept de Afdeling advisering de eis van een deugdelijke wettelijke grondslag voor de verwerking van persoonsgegevens. In het voorstel tot de oprichting van de Dopingautoriteit was naar de opvatting van de Afdeling advisering een ontoereikende grondslag gecreëerd voor de verwerking van persoonsgegevens door deze autoriteit. Door het voorstel ontstond geen rechtsverhouding tussen de Dopingautoriteit en de sporter. Verder was onvoldoende aandacht besteed aan de eisen die voortvloeien uit de Europese richtlijn voor de bescherming van persoonsgegevens. Een adequate wettelijke grondslag ontbrak ook in het voorstel voor het verstrekken van het burgerservicenummer aan private partijen ten behoeve van authentificatiediensten voor het elektronische berichtenverkeer met de burger (via MijnOverheid, DigiD en DigiDMachtigen). De Afdeling advisering maakte in dit advies tevens bezwaar tegen de verstrekking van niet-gespecificeerde persoonsgegevens aan niet nader omschreven derden.