Cookies en Raadvanstate.nl

Mag Raadvanstate.nl cookies op uw computer plaatsen? De Raad van State maakt gebruik van cookies voor het bijhouden van webstatistieken en incidenteel voor andere doeleinden zoals een gebruikersonderzoek. Er worden tijdens uw bezoek geen cookies geplaatst door anderen dan de Raad van State zelf. Meer informatie op raadvanstate.nl/cookies.

Ja, ik accepteer de cookies

Raadvanstate.nl verzamelt anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

Nee, ik accepteer de cookies niet

Raadvanstate.nl verzamelt geen anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

 

Sanctiestelsels

In een aantal wetten in de sfeer van de sociale zekerheid is het (bestuurlijke) boetestelsel aangepast, waardoor bij boeteoplegging maatwerk kan worden geleverd. Zo kan een boete ter hoogte van maximaal 100% van het benadelingsbedrag worden opgelegd als de inlichtingenplicht opzettelijk is overtreden. In dat wetsvoorstel worden ook de categorieën grove schuld en (verminderde) verwijtbaarheid opgenomen. Voor de invulling van die begrippen wordt bij het strafrecht aangesloten. In haar advies wijst de Afdeling advisering erop dat het wetsvoorstel leidt tot een vermenging van straf- en bestuursrecht op het terrein van de sociale zekerheid. De aansluiting bij het strafrecht leidt tot een stelsel dat voor de uitvoering onnodig ingewikkeld is. Daarom adviseert de Afdeling advisering de voorgestelde vormgeving van het boetestelsel te heroverwegen en het overtreden van de inlichtingenplicht bij opzet of grove schuld binnen het strafrecht te bestraffen, eventueel aan de hand van de bestuurlijke strafbeschikking. Voor zover de heroverweging niet leidt tot een aanpassing van het boetestelsel, moet de regering de keuze voor de aansluiting bij het strafrecht dragend motiveren.

In meer algemene zin vraagt de Afdeling advisering in een ongevraagd advies aan de regering aandacht voor de rechtsbescherming van burgers bij bestuurlijke boetes. De Afdeling advisering constateert dat de wetgever steeds vaker kiest voor het instrument van de bestuurlijke boete in plaats van handhaving via het strafrecht. Oorspronkelijk werden bestuurlijke boetes alleen opgelegd voor lichte, veelvoorkomende overtredingen. Steeds vaker gebeurt dit ook bij zware en complexe overtredingen. Ook worden vaker hoge boetes opgelegd bij relatief lichte overtredingen. Tegelijkertijd heeft het strafrecht niet stilgestaan. De officier van justitie kan in bepaalde gevallen met een strafbeschikking straffen opleggen buiten de rechter om. Deze ontwikkelingen hebben bijgedragen aan het ontstaan van een handhavingsstelsel waarin de rechtsbescherming van de burger onderbelicht is geraakt bij de keuzes van de wetgever voor een bepaald sanctiestelsel en de hoogte van bestraffende sancties. De Afdeling advisering acht het daarom noodzakelijk dat opnieuw naar het niveau van de wettelijk geregelde rechtsbescherming bij bestraffende sancties wordt gekeken. Daarbij is het wenselijk het strafrecht en het bestuursrecht op elkaar af te stemmen met betrekking tot de wettelijk geregelde rechtsbescherming en de rechtspositie van de burger.

De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde in haar uitspraak over het alcoholslotprogramma dat de minister van Infrastructuur en Milieu de mogelijk ingrijpende gevolgen van de oplegging van het alcoholslotprogramma niet afdoende heeft afgewogen bij het opstellen van de regeling waarop het alcoholslotprogramma is gebaseerd. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) moest een alcoholslotprogramma opleggen als aan de voorwaarden van de regeling werd voldaan. Daarbij mocht het geen rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van de bestuurder. De regeling gaf het CBR geen ruimte om een individuele afweging te maken wanneer het alcoholslotprogramma in een concreet geval ingrijpende gevolgen heeft. Het verplicht opleggen van een alcoholslotprogramma leidde daarom in de praktijk tot ongelijkheid en willekeur, omdat het voor de één veel ernstigere gevolgen had dan voor de ander. Om die reden oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat de bepaling waarin die verplichting is opgenomen, onverbindend is. In voorkomende gevallen kreeg een bestuurder niet alleen een alcoholslotprogramma opgelegd, maar werd hij ook strafrechtelijk vervolgd voor het rijden onder invloed. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat iemand die verplicht deelneemt aan het alcoholslotprogramma, niet ook nog strafrechtelijk kan worden vervolgd. Als de minister een nieuwe regeling voor het alcoholslotprogramma wil opstellen, zal daarom ook de samenloop met het strafrecht daarbij moeten worden betrokken, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak in haar uitspraak van 4 maart 2015. De minister van Veiligheid en Justitie heeft in een brief over de verkeershandhaving van 18 februari 2016 aan de voorzitter van de Tweede Kamer medegedeeld dat ‘het niet opportuun is om het alcoholslotprogramma in stand te houden’.