Cookies en Raadvanstate.nl

Mag Raadvanstate.nl cookies op uw computer plaatsen? De Raad van State maakt gebruik van cookies voor het bijhouden van webstatistieken en incidenteel voor andere doeleinden zoals een gebruikersonderzoek. Er worden tijdens uw bezoek geen cookies geplaatst door anderen dan de Raad van State zelf. Meer informatie op raadvanstate.nl/cookies.

Ja, ik accepteer de cookies

Raadvanstate.nl verzamelt anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

Nee, ik accepteer de cookies niet

Raadvanstate.nl verzamelt geen anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

 

Constitutioneel recht

De viering van 200 jaar Koninkrijk besloeg twee jaar en werd afgesloten in 2015. In deze periode vielen ook de herdenkingen van de Grondwet van 1814 en de Grondwet van 1815. De Grondwet van 1814 was nodig omdat er in november 1813 een einde was gekomen aan de inlijving van Nederland bij het Franse keizerrijk. Na het congres van Wenen werden in 1815 de Noordelijke en Zuidelijke Provinciën samengebracht in het Koninkrijk der Nederlanden, in welk kader de Grondwet van 1815 tot stand kwam. De afsluiting van deze herdenkingen nodigt uit tot reflectie op het nationaal deel van het constitutioneel recht, in het bijzonder op de huidige Grondwet waarvoor de regering in 2015 verschillende wetsvoorstellen tot wijziging aan de Afdeling advisering heeft voorgelegd.

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft te maken met concrete geschillen die de Grondwet raken. In 2015 speelden bijvoorbeeld zaken over de vrijheid van betoging, waarbij in het bijzonder artikel 9 van de Grondwet en de Wet openbare manifestaties, die dit artikel uitwerkt, het beoordelingskader vormden. Waar de bestuursrechtspraak weinig ruimte laat voor reflectie op de aard van de Grondwet in samenhang met maatschappelijke ontwikkelingen, ligt dit anders voor de advisering.

De aard van de huidige Grondwet is in de advisering van de Afdeling advisering een aantal malen aangeduid als sober. Zo merkte de Raad van State in 2008 op: “(…) sinds 1814 [zijn] in de Grondwet geen preambule of algemene beginselen meer (…) opgenomen. De voorkeur is sindsdien altijd uitgegaan naar een sobere Grondwet waarin alleen concrete, bindende rechtsregels zijn opgenomen.” Historisch wordt de Grondwet als zodanig gekarakteriseerd, omdat ze primair de inrichting van de staat betreft en wars is van grootse en meeslepende gedachten. Aan de vooravond van de grondwetsherziening van 1983 schreef de regering in haar Nota inzake het grondwetsherzieningsbeleid dat de Grondwet alleen een factor van stabiliteit kan vormen wanneer zij niet te veel wil regelen. Ook daaruit kan men het sobere karakter van de Grondwet afleiden. Anderzijds moet de Grondwet volgens die nota ook het algemene kader kunnen bieden voor de wetgever en de overheid om te reageren op maatschappelijke veranderingen en daaraan met inachtneming van dat kader nader vorm te geven.

Het voorstel om een algemene bepaling op te nemen in de Grondwet vóór artikel 1, is een van de voorstellen tot wijziging van de Grondwet die de regering in 2015 aan de Afdeling advisering heeft voorgelegd. Het voorgestelde artikel luidt: “De Grondwet waarborgt de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten.” Daargelaten het concrete oordeel over deze bepaling, is het volgende op te merken over algemene bepalingen en de aard van de Grondwet. Enerzijds kan men menen dat een Grondwet die uitgaat van een voorkeur voor concrete normativiteit, in principe bepalingen uitsluit met een symboolfunctie en met hoofdzakelijk een declaratoire betekenis. Anderzijds is recent meer aandacht ontstaan voor de maatschappelijke functie van de Grondwet. In die trend past de ruimte voor bepalingen met een meer of zelfs hoofdzakelijk symbolische betekenis. Het is denkbaar dat men – onder invloed van gewijzigde omstandigheden en opvattingen – tot de overtuiging komt dat de Grondwet in de huidige tijd de fundamenten van het staatsbestel zou moeten verankeren. De democratische rechtsstaat is als zodanig een succesvol staatstype gebleken, maar er zijn in delen van Europa en daarbuiten maatschappelijke ontwikkelingen die in elk geval op termijn een bedreiging voor dit staatstype kunnen zijn. Dit kan aanleiding zijn voor verankering van de fundamenten van het staatsbestel in de Grondwet.