Cookies en Raadvanstate.nl

Mag Raadvanstate.nl cookies op uw computer plaatsen? De Raad van State maakt gebruik van cookies voor het bijhouden van webstatistieken en incidenteel voor andere doeleinden zoals een gebruikersonderzoek. Er worden tijdens uw bezoek geen cookies geplaatst door anderen dan de Raad van State zelf. Meer informatie op raadvanstate.nl/cookies.

Ja, ik accepteer de cookies

Raadvanstate.nl verzamelt anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

Nee, ik accepteer de cookies niet

Raadvanstate.nl verzamelt geen anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

 

Verscheidenheid, besturen op maat en bestuurlijk akkoord

Decentralisatie van bevoegdheden aan medeoverheden is ook een manier om regelgeving aan te doen sluiten bij een complexe en veranderende maatschappelijke werkelijkheid. Medeoverheden stellen dan ieder binnen het eigen bestuurlijk gebied regels of verzekeren voorzieningen in het licht van de omstandigheden, maatschappelijke belangen en politieke wensen ter plaatse. In het verlengde daarvan wordt van het bestuur ‘beleid op maat’ verwacht bij de uitvoering van voorzieningen. Afzonderlijke beslissingen moeten zijn toegesneden op de omstandigheden en mogelijkheden van de betrokken burger. Die aanpak vormt de dragende gedachte achter de hervormingen in de afgelopen jaren op het terrein van de jeugdzorg, de ouderenzorg, de gezondheidszorg (Wmo), de arbeidsparticipatie en de natuurbescherming.

Het is nog te vroeg om de praktische effecten en resultaten van deze hervormingen te waarderen. Het jaar 2015 was nog vooral een overgangsjaar waarin gemeenten en provincies eerste ervaringen opdeden met de nieuwe bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Wel ontstond in de loop van het jaar in de media geleidelijk aandacht voor de implicatie van deze aanpak: het ontstaan van verschillen tussen gemeenten in regels en aanpak van overigens vergelijkbare situaties. Deze ontwikkeling is inherent aan decentralisatie van bevoegdheden. Dit neemt niet weg dat zij scherp afsteekt tegen de ontwikkeling in de voorgaande vijftig jaar, waarin met een beroep op rechtsgelijkheid, rechtszekerheid en rechtseenheid bevoegdheden werden gecentraliseerd en aanspraken werden geüniformeerd in het kader van de eenheidsstaat en de gelijkheid van burgers.

Wat het effect van deze ontwikkeling is op de behoefte van het maatschappelijk verkeer aan zekerheid, duidelijkheid, eenheid en consistentie, zal nog moeten blijken. Eén ding is duidelijk: tot minder regelgeving leidt het niet. Alle gemeenten of provincies zullen regels moeten stellen die de uitvoeringsbevoegdheden normeren en begrenzen. Vooralsnog bestaat grote bereidheid om modelverordeningen van de VNG of andere koepelorganisaties te volgen. Ook stelt de noodzaak tot interbestuurlijke samenwerking bij de uitvoering van voorzieningen grenzen aan de verveelvoudiging van regelgeving. Maar ieder van die remmende factoren schuurt met het motief voor de decentralisatie van bevoegdheden en verantwoordelijkheden, namelijk recht doen aan de maatschappelijke verscheidenheid. Hoewel ook niet steeds eenduidig is wat de werkelijke maatschappelijke behoeften op dit punt zijn. Tekenend is bijvoorbeeld dat de gemeenten Amsterdam en Rotterdam hun regelgeving met betrekking tot de havens in de beide gemeenten op elkaar afstemmen en uniformeren om eenduidigheid te scheppen voor de scheepvaart die beide havens gebruikt.

Een bijzondere vorm van ‘beleid op maat’ is het verschijnsel dat complexe processen van besluitvorming steeds vaker plaatsvinden in onderhandeling met verschillende maatschappelijke belanghebbenden, waarbij het resultaat wordt vastgelegd in een akkoord. Zo sloot het kabinet in 2013 en 2014 akkoorden over het sociaal beleid, de pensioenen, het energiebeleid, de zorg, het onderwijs en wonen. Het verschijnsel en de behoefte daaraan zijn niet beperkt tot rijksniveau. Op andere bestuurlijke niveaus is een gelijke behoefte om in onderling overleg tot een afweging van belangen te komen en zo steun te verwerven voor noodzakelijke maatregelen. Gevolg is dat de wet- en regelgeving evenals de bestuurlijke besluiten die uit die akkoorden voortvloeien, niet meer adequaat op nut en noodzaak, doelmatigheid en juridische consistentie kunnen worden overwogen en bediscussieerd. De visie op wat het algemeen belang vergt, dreigt onderbelicht te raken. Er is immers een akkoord dat moet worden uitgevoerd.