Cookies en Raadvanstate.nl

Mag Raadvanstate.nl cookies op uw computer plaatsen? De Raad van State maakt gebruik van cookies voor het bijhouden van webstatistieken en incidenteel voor andere doeleinden zoals een gebruikersonderzoek. Er worden tijdens uw bezoek geen cookies geplaatst door anderen dan de Raad van State zelf. Meer informatie op raadvanstate.nl/cookies.

Ja, ik accepteer de cookies

Raadvanstate.nl verzamelt anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

Nee, ik accepteer de cookies niet

Raadvanstate.nl verzamelt geen anonieme bezoekgegevens ter verbetering van de website.

 

Resultaten rechtseenheid

Genoemd kunnen hier allereerst worden de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van 22 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1759, en 23 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3131. Hierin heeft de Afdeling bestuursrechtspraak – in de eerste uitspraak voor vreemdelingenzaken en in de tweede uitspraak ook voor alle andere zaken – het zogenoemde ne bis-beoordelingskader bij besluiten op herhaalde aanvragen losgelaten. En genoemd kan worden de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 20 december 2016 waarin daarbij is aangesloten. Anders dan voorheen toetst de bestuursrechter niet meer uit zichzelf of er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden naar voren zijn gebracht, maar neemt hij het besluit van het bestuursorgaan als uitgangspunt. Verder kan worden gewezen op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 12 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2730. Hierin is in aansluiting op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 13 februari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:282, aangegeven dat van een rechtszoekende geen griffierecht wordt geheven, als het daardoor voor hem onmogelijk of uiterst moeilijk is om gebruik te maken van een rechtsgang. Bij de beoordeling van het beroep op betalingsonmacht wordt daarbij uitgegaan van het inkomen waarover een rechtzoekende maandelijks kan beschikken. Daarbij wordt rekening gehouden met beslagen die op het inkomen van de rechtzoekende zijn gelegd, waaronder een zogeheten bronheffing. In de uitspraak is ook aangegeven dat bij misbruik van recht een beroep op betalingsonmacht door de rechter kan worden afgewezen en dus wel griffierecht zal moeten worden betaald. Verder heeft de Afdeling bestuursrechtspraak in verschillende uitspraken, ECLI:NL:RVS:2016:750, ECLI:NL:RVS:2016:1733 en ECLI:NL:RVS:2016:2562, aangesloten bij het overzichtsarrest van de Hoge Raad van 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252, over immateriële schadevergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn. Ten slotte kan hier worden gewezen op de conclusie die de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak op 10 november 2016 heeft gevraagd aan staatsraad advocaat-generaal Keus in een boetezaak. De vragen die de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak daarbij onder meer over het bewijsrecht bij boetes heeft gesteld, zijn voor alle hoogste bestuursrechters van belang. Niet alleen de Afdeling bestuursrechtspraak, maar ook de Centrale Raad van Beroep, het College van Beroep voor het bedrijfsleven en de belastingkamer van de Hoge Raad behandelen geschillen over boetes. Daarnaast bestaat ook een verbinding met de strafrechtspraak, waarin soortgelijke vragen al veel langer aan de orde zijn.